|
Woensdag 9 Maart |
Soms moet een mens geluk hebben. Norah Jones, een R&B zangeres die ik ken
uit oude Humo's, passeerde vanavond in Shanghai. Er is veel te stoefen
over Shanghai, maar dat het een cultureel centrum is, zou ietsje overdreven
zijn. Behalve literatuur - enkele Veelbelovende Schrijvers hebben er hun
standplaats - laten internationale artiesten de stad links liggen. Eén
keer per jaar ongeveer passeert er hier een groepje dat we kennen, zo
mochten we Morcheeba eens onverwacht begroeten, Laurent Garnier kwam een
mooi plaatje draaien en Deep Purple rockte erop los zoals 20 jaar geleden.
De kaars van Elton John lieten we aan ons voorbijgaan, en de Stones waren
benauwd van Sars.
De tickets voor Norah Jones waren zoals altijd moeilijk te bemachtigen. Ik
dacht dat het weeral het typische spel was: de goedkope tickets worden
achtergehouden zodat eerst de dure de deur uitgaan. En veel dure tickets
zijn gereserveerd voor zogenaamde VIPs maar belanden op de zwarte markt.
Zoals bij Elton John zouden louche sjacheraars de tickets wel voor enkele
tientallen kuai aan de deur aanbieden.
Dus wij paraat een half uur voor het concert. Het begon al slecht, de
sjacheraars kwamen naar me toe om ticketen te kopen in plaats van
te verkopen. Bleek dat gans het kot was uitverkocht. Dat zou dus een korte
avond zijn, geen probleem, dan luisteren we wel nog eens naar de CD. Ik
liep een beetje rond, in de hoop een deur te vinden die abusievelijk open
stond. Natuurlijk niet, maar ik zag wel de persingang waar
portrettentrekkers, filmmannen en De Nobele Schrijvende Pers een
speciale plakker kregen. Ik hoorde daar een heerschap de naam van zijn
gazetje verkondigen, en hij kreeg zowaar een sticker, en ook voor zijn
lief. Ik vroeg hem sluiks of hij nog een plakker kon versieren, maar
hij knikte alleen van 'nee, en maak dat je wegkomt'. No problem, we gingen
toch juist weg.
Net na het begin van het concert, nu komt het, onderweg naar mijn fietsje,
zaten die twee op een muurtje. Bleek dat ze helemaal geen journalisten
waren, en gewoon gebluft hadden, maar eenmaal binnen zodanig stonden
simpel te doen dat ze weer uit de zaal gezet waren. De plakker hadden ze
nog, en ik kon ook wel eens proberen. Die kerel aan de ingang voor VIPs
herkende meteen mijn Schrijverskop, wilde wel nog eventjes mijn sticker
zien en dan: hopla, binnen.
Een ervaring rijker, genoot de Durvende Schrijver van het clandestiene
genot. We wisten het nog uit onze studententijd: als het niet mag, is het
altijd toffer - Is 't voor niet, dan smaakt het dubbel lekker!
|